De mantel der liefde In de relatie tussen gemeentes en sportverenigingen zien wij vaak een wonderlijke dans. De gemeente wil graag dat de sport een rol pakt in het sociaal domein – denk aan het bestrijden van eenzaamheid, het bevorderen van inclusiviteit of preventieve gezondheidszorg. De vereniging wil dat best doen, maar roept: “Wij hebben geen middelen en geen mensen.”
Vervolgens geeft de gemeente een subsidie. Een injectie. En vaak dekken we daarna alles toe met de mantel der liefde. De gemeente vraagt zelden om harde data (“Wat heeft het echt opgeleverd voor de wijk?”). De vereniging doet zijn stinkende best, maar als de trekkende vrijwilliger stopt, sterft het project een stille dood.
Wij durven de stelling aan: op deze manier lossen we maatschappelijke problemen niet op. Het houdt verenigingen afhankelijk en gemeentes blind voor het rendement.
De vereniging als sociale onderneming Jouw intuïtie als bestuurder klopt: we moeten naar een zakelijkere relatie. We moeten de sportvereniging niet meer zien als een goedwillende hobbyclub, maar als een professionele leverancier in het sociaal domein.
Dit wordt ondersteund door trends in de non-profitsector, waar steeds meer wordt gekeken naar outcome-based funding (financiering op basis van resultaat) in plaats van traditionele subsidies.
Als een gemeente geld geeft voor ‘jeugdparticipatie’, is dat geen gift. Het is een inkoopopdracht. De gemeente is de klant, welzijn is het product, en de vereniging is de leverancier.
De deal: geld in ruil voor borging Maar… een leverancier heeft ook plichten. Als je als vereniging structurele middelen wilt ontvangen – wat vaak noodzakelijk is om de stap van vrijwilligerswerk naar professionaliteit te maken – moet je ook continuïteit leveren.
Je kunt als leverancier niet zeggen: “Sorry, Pietje is gestopt met de administratie, dus we weten niet of het project geslaagd is.”
Dit vraagt om een interne professionaliseringsslag.
- Borging van kennis: Systemen (zoals onze tool Play) moeten zorgen dat de werkwijze in de club verankerd is, en niet in het hoofd van één vrijwilliger zit. Dit voorkomt dat kennis verdampt bij verloop.
- Harde data: We moeten weg van de ‘leuke anekdotes’ en toe naar meetbare SROI (Social Return on Investment). Wat levert elke euro subsidie op aan bespaarde zorgkosten of toegenomen arbeidsparticipatie?
Conclusie Gemeentes moeten durven eisen te stellen aan hun investering. Niet in de vorm van bureaucratische paarse krokodillen, maar in de vorm van resultaat en borging. En verenigingen moeten zich durven gedragen als de maatschappelijke onderneming die ze in potentie zijn.
Pas als we stoppen met handophouden en beginnen met handenschudden als gelijkwaardige zakenpartners, wordt de impact van de sportvereniging structureel.
Externe onderbouwing & Trends
- SROI (Social Return on Investment) in de Sport
- Rebel Group & Kenniscentrum Sport: Onderzoek toont aan dat elke euro geïnvesteerd in sport tussen de €2,50 en €2,70 aan maatschappelijke waarde oplevert (o.a. door gezondheidswinst en sociale cohesie). Dit is de ‘zakelijke case’ die verenigingen moeten leren maken.
- Sportjeal Manifest: Het “herdefiniëren van goud” sluit hierop aan; succes is niet de beker, maar de maatschappelijke opbrengst (SROI).
- Outcome-Based Financing
- Alvarez & Marsal (2025): Er is een bredere verschuiving zichtbaar van traditionele abonnements/subsidiemodellen naar modellen gebaseerd op ‘usage’ of ‘outcome’. In het sociaal domein betekent dit: je krijgt betaald voor het behaalde resultaat (bijv. vermindering eenzaamheid), niet alleen voor de inspanning.
- De noodzaak tot professionalisering
- Mulier Instituut: Signaleert al jaren dat de druk op vrijwilligers toeneemt en dat ‘professionalisering’ (betaalde krachten of hybride modellen) nodig is om de maatschappelijke taken aan te kunnen. Dit bevestigt jouw punt dat de “mantel der liefde” niet meer volstaat.
